Vervoermiddelen

De traditionele indeling voetganger, fiets, openbaar vervoer, auto is achterhaald: er zijn steeds meer tussenvormen ontstaan. Voor de echt korte verplaatsingen, tot circa 5 kilometer, gebruikt men meestal individuele vervoermiddelen: kleine elektrische auto’s, de fiets met of zonder elektro-hulpmotor, de benenwagen. De toegenomen aandacht voor gezonde levensstijlen heeft het gebruik van op spierkracht aangedreven voertuigen populair gemaakt. Door verbeterde technieken zijn deze vervoermiddelen ook voor meer doeleinden geschikt en bereiken ze hogere snelheden. Ze kunnen ook passagiers of kleine vrachtjes vervoeren en hebben een deel van de bestelauto’s vervangen. Mensen op skeelers vinden zich een weg, minibusjes zijn er op afroep voor diegenen die het stuur niet in eigen handen willen of kunnen houden. De openbare vervoermiddelen zijn zodanig vormgegeven dat ook mensen met een handicap of met bijvoorbeeld zware bagage er gemakkelijk gebruik van kunnen maken.

Voor de wat langere afstanden is er snel en frequent collectief vervoer op hoofdassen, aangevuld met deur-tot-deurvervoer voor diegenen die zich niet zelfstandig in het verkeer kunnen verplaatsen. Voor dagelijks gebruik en in de bebouwde kom is de traditionele auto vervangen door een lichter, elektrisch aangedreven exemplaar. De traditionele auto, vrijwel uitsluitend beschikbaar als huur- of deelauto – is vooral in gebruik voor incidenteel vervoer zoals uitstapjes op kinderverjaardagen, vakanties, kleine verhuizingen enz. De combivervoermiddelen hebben de markt veroverd: combi’s voor spierkracht met hulpmotor, aan- en afkoppelbare bagage-eenheden, in- en uitschuifbare overkapping etcetera.

Vervoermiddelen en infrastructuur

Snelwegen, spoorlijnen, kanalen en vliegverbindingen verzorgen het langereafstandsvervoer met hogere snelheid. Gekoppelde elektrowagens rijden op een aparte rijstrook, bussen en zwaardere personenauto’s met een variëteit aan aandrijvingen – verbrandingsmotoren, brandstofcellen en hybride aandrijving – bevolken de snelwegen. Er zijn tevens verschillende hogesnelheidsverbindingen voor voertuigen op spierkracht gerealiseerd. Collectief vervoer met een breed scala aan individuele trekjes is de belangrijkste gebruiker van de lijnverbindingen: voor binnenlands vervoer snelbussen en treinen, voor het internationale vervoer (hogesnelheids-)treinen en luchtschepen. Luchtschepen hebben een positie veroverd voor bestemmingen overzee, zoals het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië. Het vliegtuig wordt gebruikt voor bestemmingen waarvoor het alternatief meer dan 6 uur reistijd kost. Tijdens het reizen in collectieve vervoermiddelen kunnen allerlei activiteiten worden ondernomen. Je kunt vergaderen in aparte compartimenten, internetten of gebruik maken van de fitnessruimte. Voor de verstokte, afkickende automobilist zijn er de automaten voor virtueel racen … het collectieve vervoer over lange afstanden is sterk verrijkt!

Op de snelweg is de maximumsnelheid 90 kilometer per uur. Nationale sneltreinen halen 140 km/u. De snelste internationale treinen, die het vliegtuig vervangen (op die trajecten wordt ook inderdaad niet meer gevlogen) rijden 300 km/u. De zeppelin haalt gemakkelijk 150 kilometer per uur.